De problematiek van de weekendverblijven is gekend, reeds jaren bestaat er voor eigenaars van weekend-woningen een rechtsonzekerheid.
Permanente bewoning
Voor vele bewoners van weekendhuisjes blijft de onzekerheid omdat hun woning niet degelijk vergund, zonevreemd is, of permanent bewoond is. Vooral die permanente bewoning is een actueel probleem dat dagdagelijks groter wordt. Vaak is er een gebrek aan de juiste infrastructuur, een moeilijke bereikbaarheid voor de hulpdiensten en tal van milieutechnische problemen zoals water- en bodemvervuiling.
Daarenboven zijn de gemeentebesturen verplicht om deze permanente bewoners in te schrijven in het bevolkingsregister, niettegenstaande permanent wonen in een weekendverblijf niet is toegelaten volgens het decreet op de Ruimtelijke Ordening. ‘Een situatie die verwarring met zich meebrengt voor de bewoners’, beklemtoont Koen Helsen.
Minister Van Mechelen gaf in zijn beleidsplan de opdracht aan de provincies om voor de clusters weekendverblijven een visie op te stellen, indien nodig ruimtelijke uitvoeringsplannen op te maken en dit in samenwerking met de betrokken gemeentebesturen. In zijn stappenplan formuleerde de minister duidelijke taakafspraken. Vooreerst was het de taak van de betrokken gemeenten om een inventaris op te maken van clusters van weekendverblijven op hun grondgebied. Vervolgens werden deze clusters bekeken en beoordeeld door het Vlaamse gewest, waarna de provinciebesturen van start konden gaan met de vorming van een visie en eventueel een opmaak van een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan.
Hoog op de agenda

‘Bedoeling van deze algemene methodiek is om op een uniforme wijze voor elke cluster weekendverblijven gelegen in onze provincie, een ruimtelijke oplossing te bepalen’, aldus Koen Helsen.
Uitdovend karakter
In december 2007 besliste de deputatie van de provincie Antwerpen om voor de permanente bewoning van weekendverblijven een uitdovend woonrecht als basisprincipe aan te nemen. Enkel indien het ruimtelijk verantwoord is kan hierop een uitzondering gemaakt worden. Zo kan, wanneer het ruimtelijk opportuun is, een cluster weekendverblijven die aansluit op een bestaande woonkern, herbestemd worden naar woongebied met recreatief karakter. Omgekeerd kan het ook zijn dat vanuit natuuroogpunt de permanente bewoning van een cluster versneld dient uit te doven om natuurherstel mogelijk te maken.
‘Door de toetsing van de ontwikkelde methodiek in de drie pilootgemeenten kunnen eventuele hiaten of onvolkomenheden bijgeschaafd worden en kan er eindelijk een oplossing uitgewerkt worden voor alle gemeenten van onze provincie’, besluit Koen Helsen.